De publicatie bundelt de kerninzichten uit een verkeerskundige studie over de Koninklijke Baan (N34), uitgevoerd in opdracht van de provincie West-Vlaanderen in het kader van het Provinciaal Ruimtelijk Structuurplan. Ze biedt een samenhangende toekomstvisie voor deze belangrijke kustweg, die parallel loopt met de kustlijn van De Panne tot Knokke-Heist en alle kustgemeenten met elkaar verbindt.
De tekst schetst de historische evolutie van de Koninklijke Baan: van een landschappelijke laan uit de tijd van Leopold II tot een expresweg met een sterk autogericht profiel in de tweede helft van de twintigste eeuw. Door de sterke toename van het autoverkeer kwamen leefbaarheid, verkeersveiligheid en omgevingskwaliteit steeds meer onder druk te staan. Tegelijk blijft een goede bereikbaarheid van de kust essentieel voor het toerisme, een belangrijke economische pijler in West-Vlaanderen.
De studie vertrekt vanuit het principe dat de ontsluiting van de kust toekomstgericht moet gebeuren via een verschuiving naar duurzamere vervoerswijzen. De kusttram krijgt daarin een centrale rol als ruggengraat van het openbaar vervoer langs de kust. Voor autoverkeer wordt gepleit voor een meer gedifferentieerde aanpak, met een duidelijk onderscheid tussen bovenlokale verplaatsingen via het hoofdwegennet en lokale verplaatsingen langs de N34.
De publicatie werkt dit uit aan de hand van vier kustdeelgebieden: De Panne–Nieuwpoort, Nieuwpoort–Oostende, Oostende–Zeebrugge en Zeebrugge–Knokke-Heist. Voor elk deelgebied worden ontwikkelingsperspectieven geschetst, afgestemd op het lokale ruimtelijke en landschappelijke karakter. Daarnaast komen thema’s aan bod zoals de herinrichting van wegprofielen, de rol van randparkings en Park-and-Ridevoorzieningen, de integratie van fietsinfrastructuur, en het versterken van de beeldkwaliteit van de kuststrook.
De voorgestelde concepten zijn richtinggevend en niet bindend. Ze vormen geen uitvoeringsplan, maar een kader waarbinnen Vlaamse en lokale overheden verdere beleidskeuzes kunnen maken.